Ik ga op pensioen en wil de hospitalisatieverzekering die ik via mijn werk had individueel verder zetten. Kan het dat de premie hoger is en de dekking minder uitgebreid?

Ik ga op pensioen en wil de hospitalisatieverzekering die ik via mijn werk had individueel verder zetten. Kan het dat de premie hoger is en de dekking minder uitgebreid?

Wanneer je op pensioen gaat, of bijvoorbeeld van werk verandert, kan je de hospitalisatieverzekering van het werk op individuele basis verder zetten, op voorwaarde dat je de laatste twee jaar onafgebroken aangesloten was bij een hospitalisatieverzekering. Dat hoeft niet per se de hospitalisatieverzekering van de werkgever te zijn waarbij je vertrekt. Ook een hospitalisatieverzekering die eerder bij een andere werkgever of individueel bij een private verzekeraar had, telt mee. Als je aan die voorwaarden voldoet, kunnen ook je eventueel aangesloten gezinsleden de verzekering individueel verderzetten.

Moet ik een medische vragenlijst invullen of onderzoeken ondergaan?

Je hoeft geen medische vragenlijst in te vullen als je van een collectieve naar een individuele hospitalisatieverzekering verandert bij dezelfde verzekeraar, op voorwaarde dat je dat doet binnen de termijnen die de wet vastlegt (zie hieronder).

Verslechterde jouw gezondheidstoestand tijdens de periode waarin je aangesloten was via het werk, dan nog is dat op zich voor de verzekeraar geen reden om de dekking te verminderen of de premie te verhogen.

Welke premie zal ik moeten betalen?

Meestal zal de premie voor de individuele voortzetting hoger zijn dan wat je bijdroeg voor de verzekering van jouw werkgever. Daarvoor zijn er verschillende redenen mogelijk, bijvoorbeeld:

  • Wanneer je via het werk verzekerd bent, berekent de verzekeraar een premie om een grote groep van jongere en oudere werknemers te verzekeren. Wanneer je de verzekering van je werkgever voortzet met een eigen verzekering kan de verzekeraar zich niet meer richten op de leeftijd van de “groep”, maar moet hij bij de premieberekening rekening houden met jouw eigen leeftijd: als je inmiddels wat ouder bent, nemen ook de kosten voor medische verzorging toe.
  • Wanneer je via het werk verzekerd bent, betaalt de werkgever heel vaak een groot stuk van de verzekeringspremie. Dat valt weg wanneer je de verzekering van je werkgever voortzet met een eigen verzekering, waardoor de premie hoog lijkt uit te vallen ten opzichte van wat je eerder bijdroeg.

Tip! Je kan je hierop voorbereiden tijdens je loopbaan door een zogenaamde ‘wachtpolis’ te onderschrijven. Je betaalt dan een premie in functie van de leeftijd waarop je instapt met als doel om de premie van de hospitalisatieverzekering bij een individuele voortzetting minder sterk te laten stijgen. Je kan eventueel ook vragen of je een minder uitgebreide dekking kan krijgen. Meer informatie hierover vind je bij de hospitalisatieverzekeraar.

Op welke dekkingen heb ik recht?

Het kan gebeuren dat de dekking wat verandert nu je overstapt naar een individuele verzekering. De individuele verzekering zal wel gelijkaardige waarborgen bevatten als de verzekering die je via het werk had. Volgens de wet gaat het over gelijkaardige waarborgen wanneer die individuele verzekering:

  • dezelfde kamerkeuze voorziet (bv. de terugbetaling in een eenpersoonskamer);
  • een terugbetalingsformule hanteert die op basis van dezelfde basiscriteria werkt (bv. voorzien in een forfaitaire tegemoetkoming, een volledige terugbetaling dan wel een terugbetaling van een percentage van wat het wettelijke stelsel dekt);
  • al dan niet ambulante kosten ten laste neemt binnen een zekere termijn voor en na een hospitalisatie;
  • al dan niet ambulante kosten terugbetaalt die verband houden met zware ziekten.

Welke termijnen moeten ik, mijn werkgever en de verzekeraar naleven?

Je werkgever moet je binnen de 30 dagen na het verlies van de aansluiting in de collectieve hospitalisatieverzekering inlichten over de mogelijkheid tot het individueel verderzetten ervan.

Vanaf dat ogenblik heb jij 30 dagen de tijd om aan de verzekeraar te laten weten of je de hospitalisatieverzekering individueel wil verderzetten. Deze termijn kan je, als je dat vraagt, nog verlengen met 30 dagen. Hoe dan ook vervalt het recht op individuele voortzetting altijd 105 dagen na het verlies van de collectieve verzekering.

Daaropvolgend heeft de verzekeraar 15 dagen de tijd om jou een aanbod te doen, waarop jij opnieuw 30 dagen de tijd hebt om dit voorstel te aanvaarden.

Vragen of vrijblijvende informatie hierover? Contacteer ons gerust!

bron www.assuralia.be

Waarom jonge bestuurders beter een verzekering op eigen naam nemen?

U kent het verhaal wel. Soms kiezen jongeren ervoor om rond te rijden met de auto die verzekerd is op naam van hun ouders. De premie ligt dan immers wat lager.

Maar wat als zoon- of dochterlief vaker met de auto rijdt dan de ouders?

Dan is het wettelijk verplicht om dit aan de verzekeraar te laten weten en de jongere als hoofdbestuurder te vermelden in het contract. Kiest u toch voor een polis op uw naam en staat uw zoon of dochter daarin niet als hoofdbestuurder vermeld, dan heeft de verzekeraar het recht om in geval van een ongeval:

  • de schade aan het verzekerde voertuig niet te vergoeden en de betaalde premies toch te houden;
  • de schade aan derden te vergoeden, maar nadien de vergoeding terug te eisen van uw klant.

Enkele tips

  • Is de zoon of dochter de voornaamste bestuurder van een auto?
    Dan is een verzekering BA Auto op zijn of haar naam nodig omwille van bovenvermelde redenen.
  • Rijdt de zoon of dochter voorlopig maar af en toe met de auto?
    Dan kan hij/zij als gewone bestuurder worden toegevoegd aan de autoverzekering van de ouders. De jaren rijervaring tellen dan mee bij de latere bonus-malusberekening.

Elke wijziging in het contract doorgeven

Ook andere wijzigingen die het risico kunnen beïnvloeden dienen steeds aan de maatschappij te worden doorgegeven. Een concreet voorbeeld is het chiptunen of elektronisch opdrijven van het vermogen van een wagen.

bron www.aginsurance.be

Is uw auto verkocht: wat met de verzekering?

Als u uw auto verkoopt, en u geen nieuwe koopt, hebt u uiteraard geen autoverzekering meer nodig. In deze acht stappen zet u uw autoverzekering op de meest efficiënte en veilige manier stop.

1. Keuring verplicht

Als u uw voertuig wenst te verkopen, moet u uw voertuig eerst laten keuren. In het keuringsstation zegt u dat u het voertuig aanbiedt voor verkoop. U krijgt dan een document dat de nieuwe eigenaar nodig heeft om het voertuig in te schrijven. Dit keuringsbewijs is twee maanden geldig.

2. Pas opzeggen als de auto verkocht is

Zolang de auto uw eigendom is, bent u verplicht om de autoverzekering te laten lopen. Zelfs als u niet meer met uw auto zal rijden. Want de wagen kan bijvoorbeeld door een defecte handrem van de oprit naar beneden rollen en zo een ongeval veroorzaken.

3. Nummerplaat inleveren

Eens u uw auto hebt verkocht, en u een datum weet waarop de auto fysiek van eigenaar verwisselt kan u uw nummerplaat afleveren naar de DIV, de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen. U kunt hiervoor terecht bij een postpunt van bpost. In ruil krijgt u een ‘afgiftebewijs kentekenplaat’ dat formeel bevestigt dat u de nummerplaat hebt ingeleverd. Enkele dagen later ontvangt u per post een officieel schrappingsattest. U kunt de nummerplaat ook onverpakt deponeren in een bus van een lokale DIV-antenne, maar zo verloopt de procedure trager en krijgt u geen afgiftebewijs.

4. Contacteer uw makelaar

Eens u dit attest van schrapping in bezit heeft geeft u dit document door aan uw makelaar. Zo is hij meteen op de hoogte en kan hij u goed adviseren en bijstaan.  Uw makelaar heeft dat document nodig om uw autoverzekering te vernietigen. U geeft ook uw groene kaart terug aan uw makelaar.

5. Polis BA Auto beëindigen

Uw makelaar laat uw autoverzekering vernietigen en beëindigt zo uw polis BA Auto. Een vernietiging betekent dat de risico’s niet meer gedekt zijn. Het niet-gebruikte deel van uw jaarpremie betaalt de verzekering u terug.

6. Wegenbelasting

Ondertussen brengt de DIV de belastingadministratie op de hoogte dat u niet langer een auto bezit. U krijgt het deel van de wegenbelasting terugbetaald dat u voorgeschoten hebt en niet ‘opgebruikt’ hebt.

7. Verzekering verplaatsen naar nieuwe auto?

Als u toch een nieuwe auto koopt, maakt u eerst een afspraak met uw makelaar voor u met de nieuwe wagen begint te rijden. Uw makelaar schrijft uw nieuwe voertuig in via de website van de DIV en kan uw autoverzekering burgerlijke aansprakelijkheid aanpassen aan de nieuwe wagen. Uw Europese nummerplaat hoeft u niet in te leveren bij de DIV. U mag die dus zo aan uw nieuwe wagen hangen. Als u nog een oude nummerplaat heeft, zult u die wel moeten inleveren.

bron www.vivium.be

 

Tips en advies: 30 tips om uw aanrijdingsformulier goed in te vullen

aanrijdingsformulier12 22-09-00Na een auto-ongeval is een goed ingevuld aanrijdingsformulier de eerste stap naar een snelle schaderegeling. Deze 30 tips helpen u om een aanrijdingsformulier correct en volledig in te vullen.

1) Tip vooraf: leg twee tot drie aanrijdingsformulieren in uw auto. Bij een kettingbotsing bijvoorbeeld moet u zowel met de wagen achter u als voor u een aanrijdingsformulier invullen.

2) U kunt het aanrijdingsformulier ook gebruiken om een schadegeval aan te geven waarbij geen andere personen betrokken zijn, bijvoorbeeld bij een botsing tegen een boom, na diefstal of na een brand.

3) Noteer uw gegevens op voorhand op het aanrijdingsformulier, dat bespaart u stress.

4) Leg een balpen in uw auto.

5) Haal er de politie bij als er gewonden zijn, wanneer er discussie is over de omstandigheden van het ongeval, of wanneer de tegenpartij dronken is.

6) Ook met een proces-verbaal van het ongeval, vult u nog een aanrijdingsformulier in. Zonder ingevuld formulier moet de verzekeringsmaatschappij de gegevens opzoeken en loopt de schaderegeling vertraging op.

7) De tegenpartij en u moeten samen maar één formulier invullen. De voorkant wordt door beide partijen ingevuld en is bedoeld voor de objectieve vaststellingen.

8) Veel mensen vergeten de achterkant van het aanrijdingsformulier in te vullen. Daar kunt u extra informatie voor de verzekeraar noteren, bijvoorbeeld of er een proces-verbaal is, het chassisnummer van uw voertuig, … Dit gedeelte kunt u achteraf thuis invullen.

9) Het Europees aanrijdingsformulier ziet er in alle Europese landen hetzelfde uit. Als u bijvoorbeeld een Spaanstalig formulier invult, kunt u de vertaling volgen bij de overeenkomstige vakken op uw eigen formulier.

10) We kunnen u telefonisch nuttige tips geven bij het invullen van het formulier, of kunnen eventueel ter plaatse komen.

11) Schrijf duidelijk. Gebruik een balpen en vermijd doorhalingen. Leg tijdens het schrijven het formulier op een harde ondergrond.

12) Vul het formulier onmiddellijk ter plaatse in. Achteraf gegevens invullen maakt het voor de tegenpartij gemakkelijker om uw verklaringen te betwisten. Bovendien kunnen de getuigen dan al vertrokken zijn en de voertuigen aan de kant gesleept.

13) Vul het aanrijdingsformulier volledig in. Ontbrekende gegevens veroorzaken onduidelijkheden, onjuistheden en betwistingen.

14) Vul het aanrijdingsformulier nauwkeurig en correct in. Een verkeerd ingevuld schadeformulier kan de niet-aansprakelijke bestuurder zijn rechten kosten.

15) Neem enkele foto’s ter plaatse. Die kunnen veel duidelijk maken voor de dossierbeheerders.

16) Vul de naam van de getuigen volledig in, en vermeld ook hun adres en gsm-nummer. Zo niet kan de tegenpartij die getuigen betwisten. Passagiers van de wagens die betrokken zijn bij het ongeval, worden niet aanvaard als getuigen. Getuigen die slechts op één formulier voorkomen, worden door de verzekeringsmaatschappijen en de rechtbank niet weerhouden.

17) In vak 10 duidt u de plaats van de impact aan. Bij een latere discussie kan dit uw versie kracht bij zetten. De schade kan onzichtbaar zijn (bijvoorbeeld kunststof dat na een impact terug uitblust), maar achterliggend wel aanwezig zijn. Als de expert de plaats van impact kent, weet hij bovendien waar hij extra moet op letten. Of nog: als u kort na elkaar twee ongevallen hebt, is het belangrijk dat de expert de juiste schade onderzoekt.

18) Bij vak 11 vult u in of uw wagen schade heeft opgelopen. Als u twijfelt, vult u niets in. Experts kunnen achteraf de schade vaststellen.

19) Vermeld bij vak 12 zeker het totaal aantal aangekruiste vakjes.

20) Maak eerst een proefschets voor u de officiële situatieschets in vak 13 tekent.

21) Schets de breedte van de weg en de grootte van de auto’s in de juiste verhoudingen. De ruitjes op het blad helpen u daarbij. Respecteer de plaats van het voertuig ten opzichte van de straat. Duid de getuigen aan met een kruisje.

22) Vermeld ook eventuele borden en verkeerslichten op de schets, de precieze plaats van de aanrijding, de straatnamen en de rijrichting. Duid de middenas van de weg aan met een stippellijn. Doe dat enkel als er een middellijn gemarkeerd is op de weg. Anders kan een stippellijn tot foute conclusies leiden.

23) Kijk uit met pijltjes op de situatieschets: een pijltje betekent dat uw voertuig in beweging was, geen pijltje betekent dat uw voertuig stilstond.

24) In vak 14, ‘Opmerkingen’, kunt u noteren wat u elders op het formulier niet kwijt kan. U kunt ook verklaren waarom u niet akkoord gaat met de verklaringen van de tegenpartij, als dat het geval is. Als u geen opmerkingen hebt, wordt verondersteld dat u akkoord gaat met de tegenpartij.

25) Als u en de tegenpartij er niet uit raken, vult u elk apart een aanrijdingsformulier in. De verzekeringsmaatschappijen zullen proberen alsnog tot een minnelijke schikking te komen, maar de schaderegeling zal wel vertraging oplopen. Verzamel wel alle gegevens van de tegenpartij: merk, model en nummerplaat van de auto, en zeker de verzekeringsgegevens.

26) Let goed op de gegevens van de tegenpartij voor u het formulier ondertekent. Klopt de geldigheidsduur van zijn groene kaart of verzekeringsbewijs (vak 8)? Controleer zeker vakken 12, 13 en 15 want die zijn gemeenschappelijk.

27) Onderteken pas als de tegenpartij het formulier volledig heeft ingevuld en zorg ervoor dat er achteraf niets meer bijgeschreven wordt.

28) Onderteken het aanrijdingsformulier alleen als u volledig akkoord gaat. U kunt gerust weigeren om te tekenen, zelfs als een politieagent het formulier heeft ingevuld.

29) Als het formulier volledig ingevuld is en ondertekend door beide partijen dan bewaart elke partij een exemplaar: ofwel het originele ofwel het doorgedrukte exemplaar.

30) Bezorg het aanrijdingsformulier zo snel mogelijk aan uw makelaar. Het moet binnen de acht dagen bij uw verzekeringsmaatschappij aankomen.

Bron: http://www.vivium.be

 

Tips en advies: de rechten en plichten van een huurder

Als huurder hebt u zowel rechten als plichten. Lees hier welke regels u beschermen als huurder van een woning, en aan welke regels u zelf moet voldoen.

Als u een woning huurt als hoofdverblijfplaats, valt de huurovereenkomst onder de Woninghuurwet. De bepalingen van deze wet zijn van dwingend recht. Dat wil zeggen dat het huurcontract deze bepalingen moet volgen.

Huurprijs, EPC en onderhoudsattesten

Nog voor u het huurcontract ondertekent, hebt u als huurder recht op informatie. Wie een woning te huur aanbiedt, moet immers:

  • de huurprijs en de gemeenschappelijke lasten vermelden,
  • een energieprestatiecertificaat (EPC) voorleggen,
  • de onderhoudsattesten van de centrale verwarming, boiler, schoorsteen … voorleggen.

Als het contract vraagt dat u als huurder bepaalde attesten periodiek moet voorleggen, kan u bij aanvang van het contract de laatste attesten opvragen.

Schriftelijke overeenkomst

Elke huurovereenkomst moet schriftelijk afgesloten worden. De overeenkomst vermeldt alle gegevens van verhuurder en huurder, en beschrijft kort het gehuurde goed. Niet alleen de gehuurde ruimtes, maar ook de tuin, het tuinhuis, de garage en de berging. Ook moeten er wettelijke bijlagen bij het contract. Modelcontracten vindt u op www.huurdersbond.be.

In goede staat bij start huurcontract

De huurder heeft bij de start van het huurcontract recht op een goed onderhouden woning. Dat betekent dat de verhuurder de nodige herstellingen en onderhoudswerken doet vooraleer de huurder in de woning trekt. Alleen veilige, gezonde en bewoonbare mogen verhuurd worden.

Recht op plaatsbeschrijving

De verplichte plaatsbeschrijving gebeurt wanneer de woning niet bewoond is, of tijdens de eerste maand van bewoning. De plaatsbeschrijving wordt op tegenspraak opgemaakt en is omstandig en gedetailleerd. De huurder en de verhuurder kunnen dit samen doen, of een onafhankelijke expert aanstellen. Beide partijen betalen dan elk de helft van zijn vergoeding.

Op het einde van de huur wordt de toestand van de woning vergeleken met deze beschreven in de plaatsbeschrijving. Voor beide partijen is het belangrijk om alle beschadigingen in detail op te nemen in de plaatsbeschrijving. De huurder moet de woning op het einde van het contract immers in dezelfde staat teruggeven.

Als u bij de plaatsbeschrijving gebreken vaststelt, dan meldt u deze best aangetekend aan de verhuurder. U vraagt ook dat de gebreken binnen een redelijke termijn hersteld worden.

Huurder betaalt huurwaarborg

Een huurwaarborg is niet wettelijk verplicht, maar is vaak opgenomen in een huurcontract. De wet voorziet twee mogelijkheden:

  • Maximaal twee maanden huur, op een geblokkeerde rekening, op naam van de huurder.
  • Maximaal drie maanden huur, gewaarborgd door de bank, al dan niet door een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling. De huurder betaalt maandelijks de waarborg af aan de bank, gedurende de huurperiode, maar tijdens een maximale termijn van drie jaar.

Maandelijkse huur

Uiteraard dient de huurder maandelijks stipt de huur te betalen. In het huurcontract komt u met de huurder overeen wanneer u de huur uiterlijk betaalt. Over de datum kunt u onderhandelen met de verhuurder zodat hij beter past bij uw persoonlijke situatie.

Voldoende meubelen en huisraad

De huurder is verplicht om voldoende meubelen en huisraad in de woning te plaatsen. Zo heeft de eigenaar iets om beslag op te leggen als de huurder de huur niet betaalt.

Meldingsplicht gebreken

Als u bepaalde gebreken vaststelt, meldt u deze zo spoedig mogelijk en bij voorkeur schriftelijk aan uw verhuurder. Wat de verhuurder niet weet kan hij immers niet verhelpen.

Werken toelaten

Als huurder bent u verplicht om dringende werken toe te laten. Dat zijn werken om problemen te herstellen die anders nog meer schade veroorzaken. Voor niet-dringende werken moet de verhuurder uw toestemming vragen. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van de badkamer terwijl u daar niet om gevraagd hebt. Dit is immers een inbreuk op het rustig huurgenot van de huurder.

Herstel van verborgen gebreken

Als er verborgen gebreken opduiken tijdens het huurcontract, moet de verhuurder deze oplossen. Een verborgen gebrek is bijvoorbeeld dat de zekering elke keer afspringt wanneer u de wasmachine aanzet.

Huurder houdt woning in goede staat

Als huurder bent u verplicht om de woning in goede staat te onderhouden. U moet dus zelf schoonmaken, verwarmen, verluchten en kleine onderhoudswerken doen. Bijvoorbeeld een lekkende kraan herstellen of een lamp vervangen. De verwarmingstoestellen laat u jaarlijks (mazout) of tweejaarlijks (aardgas) door een erkend technieker onderhouden. Een lijst van erkende techniekers vindt u op www.vea.be.

Samenwonen melden aan de eigenaar

Als u alleen woont, en u huwt of gaat wettelijk samenwonen, dan laat u dit best schriftelijk weten aan de verhuurder. Uw verhuurder kan u niet verbieden om samen te wonen of te huwen. Hij kan hiervoor evenmin een verhoging van de huurprijs opleggen. Onderverhuren mag niet zonder toestemming van de verhuurder. Onderverhuren is vaak in strijd met de stedenbouwkundige voorschriften.

Schade aan de huurwoning

Bij schade aan de huurwoning wordt vermoed dat de huurder aansprakelijk is. Dit is de zogenaamde huurdersaansprakelijkheid. Als huurder bent u ook verantwoordelijk voor schade aan de woning die veroorzaakt is door uw kinderen, de poetshulp, uw bezoekers …

Wanneer u kunt bewijzen dat u geen fout hebt gemaakt, bent u niet aansprakelijk. Dat kan bijvoorbeeld bij:

  • een geval van overmacht (bijvoorbeeld een blikseminslag),
  • een fout van een derde (bijvoorbeeld inbraak door derden),
  • slechte toestand van een woning (bijvoorbeeld een kortsluiting),
  • schade enkel ten gevolge van sleet, ouderdom of overmacht.

U kunt u voor deze huurdersaansprakelijkheid verzekeren met een brandverzekering. Een brandverzekering is niet wettelijk verplicht, maar ze kan wel een voorwaarde zijn in een huurcontract. Bijna 90% van de huurders heeft een woningverzekering afgesloten.

Enkel plotse en onvoorziene schade

Een brandverzekering vergoedt enkel plotse en onvoorziene schade in een reeks welomschreven situaties, zoals waterschade door een overgelopen bad of douche, uw kind dat bij het spelen een ruit breekt of de schade door een in brand gevlogen frietketel. Bij discussie met de verhuurder over uw aansprakelijkheid, kunt u rekenen op advies van uw makelaar.

Schade door sleet valt dus niet onder de brandverzekering. Evenmin als verfspatten op de vloerbekleding, een afgedraaide knop van de oven, loskomende deurstijlen, het afbreken van een marmeren keukenblad …

Schade aan de inboedel

Een brandverzekering vergoedt ook de schade aan de inhoud van uw huurwoning, dus aan uw eigen meubelen, kledij, televisietoestellen. Ook hier moet de oorzaak plots en onvoorzien zijn, bijvoorbeeld door een blikseminslag, een kortsluiting, een lekkende mazoutleiding of een gebarsten afvoerpijp.

Afstand van verhaal

Soms stellen verhuurders een huurovereenkomst voor met ‘afstand van verhaal’. Dat betekent dat de brandverzekering van de verhuurder alle schade aan het gebouw zelf vergoedt. Hij haalt dus geen verhaal bij u als huurder, ook al bent u aansprakelijk. Maar zelfs met ‘afstand van verhaal’, sluit u best nog een eigen brandverzekering af. Dit om uw inboedel te verzekeren, en om uw aansprakelijkheid ten opzichte van derden te verzekeren. Bijvoorbeeld als een brand veroorzaakt door uw persoonlijke spullen, schade aanbrengt bij de buren.

Recht op onveranderde woning

Tijdens de huur mag de verhuurder geen werken laten uitvoeren die het uitzicht en de vorm van de woning veranderen. Zonder uw akkoord mag hij bijvoorbeeld niet de garage afbreken of zonnepanelen plaatsen.

Aanpassing huur

De huurprijs mag jaarlijks geïndexeerd worden, tenzij het huurcontract dat verbiedt. Een herziening van de huurprijs mag elke drie jaar. Zowel de huurder als de verhuurder kunnen een herziening van de huurprijs vragen, maar enkel tussen de negende en de zesde maand voor het einde van elke driejarige periode. Als ze niet tot een akkoord komen, kan de vraag voorgelegd worden aan de vrederechter.

Bestemming van de huurwoning

Soms stelt een huurcontract dat u een woning enkel mag gebruiken om in te wonen. U mag in de loop van het huurcontract bijvoorbeeld geen dokterspraktijk openen in de huurwoning als die enkel voor een hoofdverblijfplaats bestemd is.

Recht op privacy

Zonder uw toestemming mag de verhuurder de huurwoning niet betreden. De verhuurder heeft wel het recht om één keer per jaar de huurwoning te bekijken, om te zien of u goed zorg draagt voor uw woning. Hij mag ook langskomen om dringende werken te doen die niet tot het einde van de huur kunnen worden uitgesteld. Hiervoor moet hij steeds op voorhand een afspraak met u maken. Ten slotte kan hij ook bezoekdagen en –uren met u afspreken als hij de woning wil verkopen of verhuren. Uiteraard kan dit enkel als de huurovereenkomst beëindigd wordt.

Als huurder huurovereenkomst opzeggen

Huurcontracten van korte duur, dus maximaal drie jaar, kunnen enkel worden opgezegd tegen de einddatum. Zowel de huurder als de verhuurder moeten daarbij een opzegtermijn van drie maanden respecteren. Een contract van korte duur kan eenmaal worden verlengd. De totale duur mag echter nooit meer dan drie jaar zijn. Als een kortlopend huurcontract niet opgezegd wordt tegen de einddatum, wordt het automatisch omgezet in een negenjarige huurovereenkomst met als begindatum de aanvang van het oorspronkelijke contract.

Bij een huurcontract van negen jaar of langer kan de huurder op gelijk welk moment, mits een vooropzeg van drie maanden, de huurovereenkomst opzeggen.

De schadevergoeding voor de vervroegde opzeg hangt af van wanneer de opzegtermijn eindigt en of het contract geregistreerd is vóór de opzeg:

  • Tijdens het eerste jaar: drie maanden huur
  • Tijdens het tweede jaar: twee maanden huur
  • Tijdens het drie jaar: een maand huur
  • Vanaf het vierde jaar: geen schadevergoeding
  • Als de verhuurder de huurovereenkomst niet heeft geregistreerd voor u de opzeg betekent: geen schadevergoeding

Als verhuurder huurcontract opzeggen

Bij huurcontracten tot drie jaar is geen vooropzeg mogelijk. Bij langere huurovereenkomsten is een opzeg door de verhuurder mogelijk:

  • Elke drie jaar, mits een vooropzeg van zes maanden en mits betaling van een vergoeding gelijk aan negen maanden (eerste drie jaar) of zes maanden (tegen einde van het zesde jaar).
  • Als de verhuurder zelf of een familielid het pand gaat betrekken mits een opzegtermijn van zes maanden. Het opzegmotief moet binnen een jaar na het verstrijken van de opzeg en gedurende twee jaar worden uitgevoerd.
  • Als de verhuurder grote werken laat uitvoeren, mits een vooropzeg van zes maanden, en slechts elke driejarige periode. De werken dienen aan een aantal voorwaarden te voldoen. Ze moeten binnen zes maanden na het einde van de opzegtermijn beginnen en binnen 24 maanden eindigen.

Wanneer de verhuurder zijn motief niet tijdig uitvoert zonder goede reden, heeft de huurder recht op achttien maanden huur.

Wordt een negenjarige huurovereenkomst niet opgezegd tegen einddatum dan loopt deze aan dezelfde voorwaarden verder.

Vraag advies aan uw makelaar

Meer info over de rechten en de plichten van een huurder vindt u op www.huurdersbond.be.

Bron: http://www.vivium.be